Waar!, volgens de meesten.
De enige vraag is dan: hoe creëer je liefde?
Op die vraag is een eigenlijk ontstellend eenvoudig antwoord gevonden in de dichte bossen rond Boulder Creek ten zuiden van San Francisco in Californië. Sinds 1991 heeft het HeartMath instituut daar een grote hoeveelheid overtuigend wetenschappelijk bewijs geleverd dat het inderdaad mogelijk is om liefde te maken. HeartMath toont aan dat emoties veel sneller en krachtiger zijn dan gedachten. En dat – als het om het menselijk lichaam gaat – het hart veel belangrijker is dan de hersenen. Positief denken met je hersenen is weliswaar zinvol. Maar positief voelen vanuit je hart geeft een geweldige impuls aan de gezondheid en aan effectief en creatief functioneren.
Net als bij alle andere grote ontdekkingen duurt het meer dan een decennium voordat de impact buiten de wetenschappelijke kring doordringt. Eerst wordt het in twijfel getrokken of zelfs belachelijk gemaakt, maar over tien jaar zal iedereen zeggen dat ze het altijd al beweerd hadden. Het blijkt nodig die impact eerst met het brein te begrijpen, voordat we het hart in volle omvang de rol kunnen toekennen die het wellicht toebehoort.
In het in 2002 verschenen rapport van de OECD (Organisation for Economic Cooperation and Development) getiteld 'Understanding the Brain, Towards a new Learning Science' worden de feiten die we kennen over het emotionele brein op een rijtje gezet. De belangrijkste structuren van het emotionele brein (ook wel lymbisch systeem genoemd), bestaat voornamelijk uit de hippocampus en de twee amandelvormige amygdala’s. Het is de amygdala die een cruciale rol speelt in geheugenprocessen: de amygdala is de opslagplaats van het emotionele geheugen.
Het emotionele brein heeft verbindingen met de frontale cortex. Maar in situaties van angst en stress is deze verbinding verbroken: de amygdala onderbreekt actie of gedachten om een snelle verbinding te leggen met het eerste brein (de hersenstam), dat een snelle lichamelijke reactie tot gevolg heeft: cruciaal voor overleven in kritieke omstandigheden.
Het verbreken van de verbinding tussen het emotionele brein en de frontale cortex kennen we ook van het plotseling vergeten van een naam of een uit het hoofd geleerde tekst. Vrijwel iedereen herkent de situatie wel, waarin je iets dat je uit je hoofd hebt geleerd onder spanningsvolle omstandigheden niet uit je geheugen kunt oproepen. Een black-out is een nog iets sterkere vorm hiervan. Het gaat hierbij om het verbreken van de neuronale verbinding (inhibitie) tussen het tweede en derde brein. Maar het goede nieuws is, dat ook het omgekeerde, namelijk facilitatie (versterking) van deze hersenverbinding teweeg kan plaatsvinden.
Hoe kunnen we die facilitatie voor elkaar krijgen en wat heeft het hart hiermee te maken? Cardioloog Andrew Armour ontdekte in 1994 dat het hart een autonoom neuronaal netwerk heeft dat communiceert met en invloed uitoefent op ons brein. Hoewel er nog veel te onderzoeken is op welke manier de sturing van het hart plaatsvindt, is inmiddels in de cardiologie algemeen aanvaard dat de Heart Rate Variability (HRV) hierin een sleutelrol speelt. Het hartritme kan bij iedere hartslag versnellen of vertragen. Daardoor varieert het hartritme continu. De variatie van de perioden tussen de hartslagen noemen we HRV. Dit verschijnsel wordt in de medische research op dit moment onderzocht als een van de belangrijkste indicatoren voor een gezond functionerend lichaam.
Deze variatie is onafhankelijk van de hartslag zelf (voor een coherente HRV maakt het dus niet uit of je een sporthart hebt met 50 slagen per minuut, of dat je de trap oploopt met 140 slagen per minuut). Men moet HRV en hartslag ook niet verwarren met bloeddruk; de apparatuur is ook anders dan hartslagmeters en bloeddrukmeters.
Emoties houden nauw verband met het hartritme. Als je bang bent, zenuwachtig of gefrustreerd dan is het hartritme ongelijk en onregelmatig, zo is tien jaar geleden ontdekt door het HeartMath Institute in California. Het hartritme ziet er dan uit als opgejaagde bergpieken. Dit is vaak het geval voor en tijdens een examen of proefwerkweek, zoals in figuur 1 is weergegeven.
Figuur 1: Hartritme tijdens frustratie of boosheid

Gelukkig kan het hart ook een ander patroon laten zien. Dat is het geval wanneer je merkt dat je vertrouwd of gewaardeerd wordt, wanneer je leuke dingen doet en daarvan geniet. Het hartritme heeft dan een patroon dat er veel glooiender uitziet (zie figuur 2). De wetenschap noemt dit coherentie en in je lichaam is alles beter op elkaar afgestemd. Neurologen en cardiologen weten dat er verband bestaat tussen het hartritme en de amygdala. Gebleken is dat je helder kunt denken en op je best bent met dit coherente hartritme. Er is dan een optimale afstemming tussen het eerste, tweede en derde brein: de cortex is in contact met alle mogelijke informatie in het lichaam.
Figuur 2: Coherent Hartritme
Op het HeartMath Institute bleek dat ademhalingstechnieken en het oproepen van de positieve emoties bij dierbare herinneringen een coherent hartritme bevorderen. Men deed onderzoek naar een aantal methodieken en selecteerde een aantal die buitengewoon krachtig bleken.
Het eindresultaat is wat de mensheid al eeuwenlang intuïtief geweten heeft: het hart vervult een krachtige rol in het veranderen van inzichten en het neerzetten van waarden die het geheel ten goede komen. Hart en brein in harmonie brengen kan een complete intelligentie tot stand brengen. Hoe meer je oefent, des te makkelijker het is om bij de 'intelligentie van je hart' te komen, of anders gezegd: hoe coherenter je wordt.
Albert Einstein
Bij de analyse van de hersenen van Albert Einstein bleek dat hij nauwelijks een grotere herseninhoud had dan gemiddeld, maar dat het aantal neuronale verbindingen een veelvoud was van wat wij gemiddeld kennen. Wat we nu optimale verbinding tussen het emotionele brein en de cortex noemen, werd in de boeken over meervoudige intelligentie als hartintelligentie beschreven. De intelligentie van het hart streeft blijkbaar naar een complete intelligentie. Het maakt waarneming en verbeeldingskracht zo groot dat ieder probleem in een leermoment verandert. Albert Einstein beweerde eens: "De precieze formulering van een probleem is vaak wezenlijker dan de oplossing, die misschien een kwestie van wiskundige of op ervaring gebaseerde vaardigheid is. Nieuwe vragen en nieuwe mogelijkheden opperen, oude problemen vanuit een nieuwe invalshoek bekijken vereist een creatieve fantasie en markeert de momenten van werkelijke vooruitgang in de wetenschap." Einstein’s passie voor de wetenschap en zijn liefde en zorg voor de mensheid gaven zijn hartintelligentie de gelegenheid te fantaseren, waar te nemen en zoveel aan de wereld uit te leggen.